|
Eén neomarxistisch en postutopisch antwoord op Mistras - Home of Dragases, “Mag het ietsje meer zijn?” http://www.jeroenwijnendaele.be/ Jeroen haalde terecht een fundamentele kritiek aan op de commercialisering van de liefde. Maar de essentie is om uit te maken wat liefde in wezen nog is. Met de vermelding van het woordje “nog” moet de lezer een gehele subtekst begrijpen, dat verband houdt met de postmoderne invulling van deze problematiek. Ten eerste wilt de auteur het concept van Baudrillard aanhalen: het simulacrum : “The simulacrum is never that which conceals the truth--it is the truth which conceals that there is none.” Het simulacrum is dus terecht het meest duidelijk concept uit het postmoderne denken: geheel onze cultuur is een kopie van andere esthetische en ethische modellen, het verwijst niet meer dan een wezenlijke realiteit. Het cultuurpatroon kent dus geen verband meer met de totale werkelijkheid, maar is een fictionele waarheid. En dit is ook het geval bij onze liefdescategorieën. De evolutie naar de simulacra:1 It is the reflection of a basic reality.2 It masks and perverts a basic reality.3 It masks the absence of a basic reality.4 It bears no relation to any reality whatever: it is its own pure simulacrum. Het punt is dan een genealogie van deze liefdessimulacra te maken: waar halen postmoderne subjecten hun informatie om een duidelijk liefdesconcept af te bakenen?(de auteur wil tevens benadrukken dat hij wel niet de materiële werkelijkheid ontkent, het is juist eigen aan de ideologische cultuurpatronen om mensen te laten geloven dat er zoiets is als een ‘postmaterialistische periode’). Ten tweede moet er vermeld worden dat het simulacrum in direct verband staat met het ahistorische bewustzijn van deze maatschappij: alleen een reeks “onmiddellijkheden” zijn nog waarneembaar, dit in combinatie met een schijnbaar en bedrieglijk individueel vrijheidsbesef, dat is wezen de maximalisering is van de transgressiemoraal. Met de woorden van Morris Berman:“[…]alle vastgeroeste verhoudingen met hun gevolgen voor allereerbiedwaardige voorstellingen en denkbeelden er in rook opgaan, alle nieuwgevormde er verouderd zijn, nog voor ze konden verstarren.”M.a.w., de massaconsumptiemaatschappij kan dus geen tijdsbesef meer weergeven, dus moet het individu, onder druk staande van de economische dictatuur, op zoek naar een legitimering van zijn warenfetisj (in casu: valentijngekte). En dat zijn postmoderne waanbeelden, ideaalbeelden over een onbekend historisch landschap (uitgedrukt door historicistische stereotype beelden). Ik kan deze indelen in 5 categorieën. De 5 genealogische categorieën van het subjectieve liefdesbewustzijn: 1. De meest bekende categorie is dat lust gelijkstaat aan liefde. Houellebecq zal dit op een niveau tillen. Dit model kan men terugvoeren naar: a. een liberalistische tendens (die men al kon ontwaren in de 18de eeuw) b. Dionysische poëten zoals Appolinairec. de hippietraditie (seksuele revolutie).Allerlei parenclubs, massagesalons e.d. zijn ontworpen als een simulacrum van deze ideeën. Ook is de traditie uit de jaren ’60 nog altijd aanwezig om zich te kunnen profileren als een “modern koppel”. De constante drang om de monogamie onder druk te zetten is zeer efficiënt uitgebuit door onze reclamejongens: meer en meer wordt liefde als een uitdagend strijdveld uitgebeeld. 2. Wanneer het individu nog besef heeft van een burgerlijke moraal, zal hij de schijnbaar amorele situatie uit concept 1 verbinden met een “hoofse” projectie. Hierbij moet de auteur de nabootsing van Casanova benadrukken: een “James Bond” die via een doeltreffende erotische tactiek elke vrouw kan veroveren. Het is ondeugend, maar tegelijk wordt verleiden gelijkgesteld aan een professioneel spel. 3. De burgerlijke waarden: het “traditionele” rollenpatroon wordt bevestigd. Ratio overheerst de wederzijdse belangen, trouw is een absolute voorwaarde. Het voorbeeld dat Jeroen aanhaalde, Homeros, is een prachtig voorbeeld van dergelijke beredeneerde liefde:”Ze overlopen elkaars jeugd, hun huwelijk, relatie en wat dat uiteindelijk allemaal voor elkaar betekent heeft. Na afloop van dit gesprek omhelzen ze elkaar, zet Andromache Hectors helm op diens hoofd en vertrekt hij om haar nooit meer weer te zien.” Het verwondert ons ook niet dat de burgerlijke esthetische smaak zich ging linken aan klassieke concepten, het is een code om toch een traditionele visie in ere te houden.Ook Jeroen blijkt te geloven in dit simulacrum:” Misschien heb ik nog een geïdealiseerd beeld in mijn hoofd van toen ik dit fragment zes jaar geleden las.” De subjectieve constructie probeert hij nog te bekritiseren door toch een noodzakelijk referent aan te halen:”[…] ideaaltype zelfs kunnen zien als propaganda om de toenmalige huwelijken maatschappelijk te verantwoorden en bestendigen.” Homeros zat dus al op “realiteitsniveau 2”. “It masks and perverts a basic reality.” 4. Goethe: het romantisch verhaal, voornamelijk aantrekkelijk bij (intelligentere) pubers. Er is sprake van een hartstochtelijke liefde, een liefde die beide partners afsluit van de drukkende conventionele normen (zie ook Shakespeare). 5. De postmoderne consensus: beide partners geloven in een verbinding tussen liefde, respect en seksualiteit, waarbij symmetrie en gelijkwaardigheid wordt benadrukt. Ik zou hier spreken over een neoburgerlijke tendens, vermits deze situatie is gecreëerd door de economische druk : de vrouw moet zelfstandig zijn, en dus meedraaien in de kapitalistische reproductie (maar natuurlijk was de emancipatie van de vrouw een gunstig neveneffect van een op zich louter economisch proces, zoals ook de industrialisering volgens Marx een gunstig aspect was van een voor de rest pervers accumulatieproces) Tenslotte wil ik ook de definitieve dood van de liefde willen vermelden, uitvoerig vermeld in de boeken van Houellebecq: vermits de postmoderne mens door de maximalisatie van de reïficatie niet meer gelooft in sublimerende idealen, is er een voortdurende zoektocht naar ultieme seksuele kicks. Een nieuwe constellatie ontstaat wanneer de wetenschap de reproductie van onze soort zal overnemen. Dit is noodzakelijk, ons eindpunt (zonder teleologisch te wezen), vermits het nieuwe bewustzijnsniveau veronderstelt de eigen evolutie te sturen. Het probleem zal zich dan ook bevinden in de acceptatie van de klinische realiteit, juist de meest fysieke vorm van seks wordt aanzien als utopie. De zoektocht naar de realiteit door te dromen over excessen. Tenslotte vermeldt de auteur dat in concreto de gehele commerciële cultuur het koopgedrag tijdens valentijn zal bepalen, want het individu spiegelt zich aan één van de vijf modellen (de subjectpositie, de identiteitsconstructie, is immers opgebouwd door deze culturele hegemonie). Wordt het een bos rozen, een boottocht of een zweepje? Aan de verliefde mensen: wees niet boos op de onttovering, juist de illusie is gevaarlijk.
13-02-2006, 21:50:08 Praetorian
|